Herman Heijermans, Op Hoop van Zegen

TWEEDE BEDRIJF
VIJFTIENDE TONEEL
Kniertje, Barend

Barend vlug opkomend Ssst!
Kniertje Beroerde kwajongen!…
Barend schuw Ssst!
Kniertje Wat ssst!… ‘k Schreeuw ’t dorp bij mekaar as jij niet dalijk Geert en Jo achterna gaat.
Barend hijgend As je Geert kan tegenhoue, hóu ‘m dan terug!
Kniertje driftig Ben jij krankzinnig geworde van angst, grote lafbek!
Barend hijgend De ‘Hoop van Zegen’ deugt niet, deugt niet – de ribhoute zijn rot – de dele zijn rot!…
Kniertje Sta niet te klesse om ‘r ’n draai an te geve. Over hallef drie!… Vooruit!…
Barend bijna huilend As je me niet gelooft!…
Kniertje ‘k Luister helemaal niet! Vooruit of ‘k sla je op je gezicht!…
Barend hartstochtelijk Sla me dan! Sla me dan!… O God, hou Geert toch terug!… Simon, de scheepmaker, het me gewaarschouwd…
Kniertje Simon de scheepmaker – die dronkelap, die geen twee woorde prate kan – je ben ’n misselijke kwajongen – …Eerst tekene, dan weglope!… Sta op!
Barend heftig Nee – al ransel je me dood! – ‘k Ga niet mee met ’n schip dat niet zeewaardig is!…
Kniertje …Kan jij dat beoordele? Het ’t schip niet op de helling gelegen?…
Barend D’r was geen kallefatere meer an!… Simon…
Kniertje …Hou je bek met je Simon!… Vooruit, neem je pakkie sjek.
Barend schreeuwend Ik ga niet – ik ga niet – je weet ’t niet – jij het ’t niet gezien!… De laatste reis het-ie ’n voet water gemaakt!
Kniertje De laatste reis?… ’n Schip dat pas op de haringvangst is geweest voor de vierde reis en nog veertien last het meegebracht!… Is ’t nou ineens mis geworde, nou ’t gaat beuge en jij, beroerde lafbek, mee mot?…
Barend koortsachtig beangst ‘k Heb in ’t ruim gekeken – de tonne drijve op ’t water… jij ziet de dood niet die daar benéjen zit.
Kniertje Grondwater dat in ellek schip is! – De tonne drijve! – Maak dat je grootmoeder wijs – niet an ’n ouwe zeemansvrouw! – Schipper Hengst is ’n kind! Gaat Hengst niet mee en Mees en Jacob en Gerrit en Nelis – en je eigen broer en de klèine Pietje van Truus? Wou jij ‘r meer verstand van hebbe dan ouwe zeelui? Kwaadaardig Sta op! ‘k Heb geen lust om je door de rakkers an boord te zien brenge…
Barend huilend O moedertje, moedertje, laat me niet gaan!…
Kniertje God – wat straf je me in me kindere – me kindere brenge me an de bedelstaf – ‘k heb voorschot opgenome – en de politie is gewaarschouwd – en ‘k mag niet meer uit schoonmake gaan bij meneer Bos – en – en – hard Dan motte ze je maar hale – beter gehaald als weggelope! – O, o, dat dat in mìjn familie gebeure mot…
Barend naar ’t kookhok rennend Dan… dan…
Kniertje de weg versperrend Je komt ‘r niet uit!…
Barend Laat me door, moeder!… ‘k Weet niet wat ‘k doe – ‘k zou je…
Kniertje Nou wordt-ie dapper… tegen z’n zestigjarige moeder… Hef je hand op – as je durft!…
Barend smakt op ’n stoel, schudt het hoofd bezeten in de handen O, o, o, – as ze me an boord brenge – zie je me niemeer terug – zie je Geert niet terug.
Kniertje …’n Schip is in God’s hand – ’t is God verzoeke om zó te raaskalle uit àngst… Vriendelijker Kom, ’n man van jou leeftijd mot niet snottere as ’n kind. – Kom! – ‘k Dacht je nog ’n plezier te doen met vader z’n oorringe. – Kom!…
Barend …Moedertjelief – ik dùrf niet – ik durf niet – ‘k zal verzuipe – verstop me, verstop me…
Kniertje Ben je dan helemaal dol, jongen! As ‘k één woord van je gekles geloofde – zou ‘k Geert toch niet late gaan… Stopt de sjek in z’n zak. Daar, ’n pakkie sjek – enne ’n zakkie sigare – zit nou stil – dan doe ‘k je de oorringe an – kijk is – pratend als met ’n kind… ècht zilver – schepies ‘r op en zeiltjes… – Zit nou stil. – Da’s een – Da’s twee. Loop is na de spiegel…
Barend huilend Nee – nee!…
Kniertje Toe nou. Je maakt me week voor niks. Toe nou, lieve jongen – ik hòu toch van jou en van je broer – ‘k heb toch niks op de wereld as jullie. – Toe nou! – Elleke nacht zal ‘k de goeie God bidde om je behoue binne te brenge – je mot ‘r an wenne – dan wor je ’n goed zeeman – dan – dan huilt. Kom nou, Barend! Houdt hem ’t spiegeltje voor. Kijk je oorringe is – wat?…

ZESTIENDE TONEEL
De vorigen, twee veldwachters

Eerste veldwachter door linkse deur, gemoedelijk Schipper Hengst het de waterschout verzocht… Asjeblief ventje, we hebbe geen tijd te verlieze.
Barend uitgillend Ik ga niet mee! – Ik wil niet mee! – ’t Schip is ròt…
Tweede veldwachter glimlachend-gemoedelijk …Dan had je niet motte monstere, bange Barendje. – Mot ‘r geweld gebruikt worde?… Kom nou, mannetje. Klopt hem goedig op de schouder.
Barend Raak me niet an! Raak me niet an!… Klemt zich desperaat aan deurpost en bedstee.
Tweede veldwachter Motte de boeie angelegd worde, jongen?
Barend kermend Help me dan moeder!… Je ziet me niet terug! Ik verzuip! Ik verzuip in die smerige, stinkende zee!…
Eerste veldwachter knorrig Kom, kom! – Laat de deurpost los! Vat zijn pols.
Barend zich heftiger vastklemmend Nee!… Krijsend. Snij me handen af!… O God, o God, o God!… Kruipt in ontzetting tegen de wand op.
Kniertje bijna schreiend Nou!… De jongen is bàng…
Eerste veldwachter Zeg ‘m dan dat ie los laat!
Kniertje huilend Barend’s handen vattend Toe nou, jongen – toe nou – God zal je niet verlate…
Barend laat kermend de deurpost los, snikt wanhopig … Je ziet me niet meer, nooit meer…
Eerste veldwachter …Vooruit…

Je ziet me niet meer terug!

Niet alleen luiken, schaatsers en kabinetten vallen, toneelopvoeringen soms ook. Het overkwam Nederlands bekendste toneelschrijver Herman Heijermans (1864-1924) meer dan hem lief was. Door bittere ervaring had hij geleerd dat de smaak van pers en publiek lang niet altijd rijmde met die van hemzelf.
Dat was ook de reden, dat hij bij premières van zijn stukken steeds vaker de voorkeur gaf aan een wandeling door Amsterdam, waarna hij pas na het slotapplaus aan durfde kloppen bij de kleedkamers. Zo ook op 2 november 1907, de avond waarop het door hemzelf geregisseerde ‘spel van droom en leven’ Uitkomst in première zou gaan. Toen na afloop de deur van de kleedkamer van de Hollandse Schouwburg openging, keek Heijermans recht in het gezicht van een groep volslagen ontredderde acteurs. Hun mimiek sprak boekdelen. De volgende dag kopte Het Vaderland: ‘Uitkomst, het nieuwe stuk van Heijermans, hedenavond voor het eerst door de Nederl. Tooneelvereeniging opgevoerd, is gevallen.’
Heijermans besteedde diezelfde dag aan het drastisch inkorten van het stuk en stelde een verklaring op die het publiek vóór aanvang moest voorbereiden op het feit dat een deel van de voorstelling geen werkelijkheid beoogde, maar de droom van een twaalfjarige jongen. Beide ingrepen werkten, en Heijermans, die avond dapper genoeg wél in de zaal, weggedoken in zijn jas, werd na het slotapplaus minutenlang toegejuicht. Het publiek scandeerde luidkeels zijn naam: “Heij-er-mans, Heij-er-mans!”
Prachtige toneelverhalen uit de oude doos, te vinden in de al even prachtige Heijermans-biografie Geluk die Hans Goedkoop in 1996 publiceerde. Met afstand de beste schrijversbiografie die ik tot nu toe gelezen heb. Uiteraard gaat Goedkoop uitvoerig in op het wereldwijde succes van Heijermans’ bekendste stuk Op Hoop van Zegen, ‘spel van de zee in vier bedrijven’. Pas acht dagen voor de première, op zondag 16 december 1900, voltooide de schrijver het laatste bedrijf daarvan en volgens alle schoolboeken sloeg het stuk in als een bom.
Dat laatste is grotendeels fictie: de schrijvende pers was verdeeld, vooral het ál te realistische karakter van de voorstelling werd zwaar bekritiseerd. Pas in de loop van de decennia kregen de oeruitvoeringen, met de wereldberoemde Esther de Boer-van Rijk in de rol van Kniertje, een legendarische status, en begon het stuk ook internationaal steeds meer aandacht te trekken.
Heijermans, socialist in hart en nieren, had zich uitstekend gedocumenteerd over de misstanden in de zeevisserij en poogde met zijn stuk een wet te bewerkstelligen waarin controle op de veiligheid van alle uitgaande schepen voorgeschreven zou worden. In 1909 kwam die zogenaamde Schepenwet er inderdaad, nadat gewetenloze, op geld beluste reders inmiddels tientallen ‘drijvende doodskisten’ hadden laten vertrekken, zonder financieel risico, omdat de verzekering bij schipbreuk de schade zou vergoeden. Een mensenleven telde niet.
Tot in onze tijd is Op Hoop van Zegen min of meer populair en het heeft – al vrees ik te moeten zeggen ‘had’ – altijd een hoge notering in de canon van het literatuuronderwijs.  Het stuk is diverse malen verfilmd, in Nederland voor het laatst in 1986 met Kitty Courbois als Knier en Danny de Munck als Barend. Vanaf 2008 werd het een paar keer bewerkt tot musical en in januari 2009 produceerde Het Toneel Speelt een nieuwe toneelversie, gevolgd door Toneelgroep De Appel in 2015. Onder regie van Simon Stone presenteerde Internationaal Theater Amsterdam in september 2020 kortstondig Flight 49, een losjes op Op Hoop van Zegen geïnspireerd drama, waarin vragen over de veiligheid in de luchtvaart worden gesteld, zoals Heijermans dat deed met betrekking tot de vermolmde vissersschepen.
Bij de titel van het stuk denkt menigeen natuurlijk aan de uitspraak ‘de vis wordt duur betaald’, de beroemde zin uit het derde bedrijf, waarin de vissersvrouwen elkaar en de toeschouwer verontrusten met herinneringen aan alle denkbare verschrikkingen van het zeemansleven, terwijl de wind ‘met wilde zwiepingen over het huis joelt’. De angst om een behouden terugkeer van de Op Hoop van Zegen neemt met iedere anekdote toe.
Het laatste sprankje hoop wordt de volgende dag – begin van het vierde bedrijf – de grond in geslagen, als op het strand een lichaam wordt gevonden. Aan de hand van de oorringen die zijn moeder hem had gegeven, wordt het lijk geïdentificeerd als dat van Barend. Het gelijk van Barend wordt er des te wranger door: “Je ziet me niet meer terug!” Dat laatste geldt ook voor zijn oudere broer Geert trouwens, en gold bij een eerdere vaart voor zijn vader en twee van zijn broers.
Het fragment laat prachtig zien, hoezeer Heijermans schrijvenderwijs de uitvoering van het stuk voor zich zag. Regie wordt haast overbodig, zo nauwkeurig duidt hij de handeling (‘smakt op een stoel, schudt het hoofd bezeten in de handen’; ‘klemt zich desperaat aan deurpost en bedstee’), bepaalt hij de emotionele finesses (‘glimlachend-gemoedelijk’; ‘nieuwsgierig-angstig’) en geeft hij met puntjes en gedachtestreepjes het ritme van de scène aan.

  • Herman Heijermans, Toneelwerken I-III, Amsterdam, 1965.

Mis niets en ontvang Nijhof Tekst in je mailbox

© 2022 Jos Nijhof